ECLI:NL:CRVB:2021:135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig buschauffeur, meldde zich ziek met rugklachten en later ook psychische en vermoeidheidsklachten. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe, die na herbeoordeling werd beëindigd omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 24 november 2017 bevatte beperkingen, waaronder een maximale werkcapaciteit van acht uur per dag en 40 uur per week.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, met name de urenbeperking, waren onderschat en dat een beperking tot 30 uur per week passend zou zijn. Hij verwees naar medische rapporten en een latere herbeoordeling waarin een strengere urenbeperking werd vastgesteld. Het UWV en de verzekeringsarts bezwaar en beroep stelden echter dat de FML adequaat rekening hield met zijn beperkingen en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de beperkingen in de FML niet waren onderschat en dat de urenbeperking van acht uur per dag en 40 uur per week passend was. De latere herbeoordeling betrof een andere datum en situatie. De geselecteerde functies waren voorspelbaar en geschikt voor appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-loonaanvullingsuitkering terecht is beëindigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.