ECLI:NL:CRVB:2021:1344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot exporteren van Wajong-uitkering naar het buitenland
Appellant ontvangt sinds 2010 een Wajong-uitkering die in 2014 werd ingetrokken en in 2016 heropend. Hij verzocht om export van de uitkering naar de Dominicaanse Republiek, waarop het UWV aanvankelijk toestemde onder voorwaarden. Na aanvullend onderzoek concludeerde een verzekeringsarts dat geen zwaarwegende redenen bestonden voor voortzetting van de uitkering buiten Nederland, waarna het UWV een besluit nam dat de uitkering zou worden ingetrokken bij definitieve vestiging in het buitenland.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de persoonlijke omstandigheden en medische klachten van appellant onvoldoende zwaarwegende redenen vormen om de hardheidsclausule toe te passen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij alleen in een therapeutisch veilige omgeving buiten Nederland adequate behandeling kan ondergaan en dat het warme klimaat beter is voor zijn gezondheid.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat de medische rapporten onvoldoende objectieve en dwingende gronden bevatten om de uitkering buiten Nederland voort te zetten. De Raad wees het verzoek af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige of toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot exporteren van de Wajong-uitkering naar de Dominicaanse Republiek wordt afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.