ECLI:NL:CRVB:2021:1273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro maakt dit ook van toepassing op hoger beroep.
De gemachtigde van appellanten is op 28 december 2019 en opnieuw op 28 januari 2020 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €128,- en de betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald.
De Raad concludeert dat appellanten in verzuim zijn en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.