ECLI:NL:CRVB:2021:1269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep in bijstandszaak
Appellante was verplicht gesteld door het dagelijks bestuur Werk en Inkomen Lekstroom om een hoger alimentatiebedrag van haar ex-partner te eisen op grond van artikel 55 van Pro de Participatiewet. Deze verplichting werd opgelegd bij besluit van 4 juli 2017 en gehandhaafd in het bestreden besluit. Appellante diende een door een advocaat opgestelde tremanormberekening in, waarna het dagelijks bestuur bij besluit van 1 mei 2019 het alimentatiebedrag aanpaste en de verplichting liet vervallen.
Appellante trok daarop het hoger beroep in en verzocht het dagelijks bestuur te veroordelen in de proceskosten. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het vervallen van de verplichting niet gelijkstaat aan een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb, omdat de verplichting niet met terugwerkende kracht was ingetrokken maar pas kwam te vervallen nadat appellante gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een tremanormberekening.
Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen en het hoger beroep ingetrokken zonder toekenning van kostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door het bestuursorgaan.