ECLI:NL:CRVB:2021:1259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit UWV
Appellant diende op 6 augustus 2019 een bezwaarschrift in bij het UWV, maar dit was niet gericht tegen een besluit van het UWV. Het UWV verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV nader onderzoek moest doen naar zijn arbeidsverleden en ontslag, wat volgens hem relevant was voor zijn pensioen.
Het UWV stelde dat het niet haar taak is om dergelijk onderzoek te verrichten en dat appellant sinds 1986 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt zonder problemen. De Raad oordeelde dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het niet tegen een besluit was gericht. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 28 mei 2021.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van appellant is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet was gericht tegen een besluit van het UWV.