ECLI:NL:CRVB:2021:1245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in WAJONG-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De gemachtigde van appellant werd op 19 maart 2020 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van een griffierecht van €131,-, dat binnen 28 dagen betaald moest zijn. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 19 april 2020 nogmaals gewezen op de betalingstermijn en de consequenties van niet-betaling.
Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad oordeelt op basis van de beschikbare gegevens dat appellant in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.