ECLI:NL:CRVB:2021:1241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging ziekengeld wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig project- en trafficmanager, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde haar ziekengeld per 5 februari 2018.
Na bezwaar en beroep werden enkele beperkingen aangepast, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen passend waren bij de diagnose ASS.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen door ASS waren onderschat en dat een verdere urenbeperking noodzakelijk was. Zij overlegde expertiserapporten en medische brieven ter onderbouwing.
De Raad concludeerde dat de aanvullende beperkingen niet gebaseerd waren op haar persoonlijke situatie, maar op algemene kenmerken van ASS. De medische en arbeidskundige rapporten waren voldoende gemotiveerd en toonden aan dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies zonder verdere urenbeperking.
De brief van de psychotherapeut had geen betrekking op de datum van het geschil en de huisartsbrief was onvoldoende gemotiveerd. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.