ECLI:NL:CRVB:2021:1170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als apothekersassistente, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische beoordeling zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd en dat het enkel stellen van een diagnose onvoldoende is zonder medisch objectiveerbare beperkingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er sprake is van het Post Lyme Syndroom met energetische beperkingen die een urenbeperking zouden rechtvaardigen, en dat de geselecteerde functies niet passend zijn. Tevens stelde zij dat het equality of arms-beginsel was geschonden omdat zij geen deskundige mocht inschakelen. Het UWV verzocht de uitspraak van de rechtbank te bevestigen.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt te onderbouwen en dat er geen ongelijkheid in procespositie was. De medische en arbeidskundige beoordelingen zijn deugdelijk gemotiveerd, waarbij de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat zijn verwerkt. De geselecteerde functies zijn passend geacht, ook gezien de belastende factoren zoals geluid en afleiding.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WIA-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.