Uitspraak
20.2546 WAO
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van € 131,- voldoet.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen over de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant. De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen de herziening van zijn WAO-uitkering gegrond verklaard vanwege onjuiste vaststelling van functionele mogelijkheden.
Nadat appellant hoger beroep had ingesteld, nam het UWV op 8 september 2020 een nieuw besluit waarin het bezwaar alsnog werd gegrond verklaard en appellant per 14 december 2017 volledig arbeidsongeschikt werd geacht. Dit nieuwe besluit maakte dat het procesbelang van appellant in het hoger beroep verviel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het griffierecht, aangezien het procesbelang pas verviel nadat het UWV het nieuwe besluit nam. De uitspraak werd gedaan door J. Brand op 12 mei 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na nieuw besluit UWV.