ECLI:NL:CRVB:2021:112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro past dit ook toe op hoger beroep. De gemachtigde van appellante is tweemaal schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt op basis van de beschikbare gegevens dat appellante in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan zonder inhoudelijke behandeling worden beslist.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.