ECLI:NL:CRVB:2021:1070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet meewerken aan huisbezoek zonder zwaarwegend belang
Appellant diende op 15 december 2017 een aanvraag om bijstand in en gaf een woonadres op waar hij sinds die datum stond ingeschreven. Op 20 februari 2018 voerden medewerkers van de gemeente Rotterdam een gesprek met appellant en kondigden aansluitend een huisbezoek aan tussen 11:30 en 11:45 uur. Appellant was echter niet thuis op het afgesproken tijdstip, ondanks dat hij volgens het rapport begreep wanneer het huisbezoek zou plaatsvinden.
Het college wees de aanvraag af en vorderde verstrekte voorschotten terug omdat appellant niet aan zijn medewerkingsplicht had voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep voerde appellant aan dat hij pas na 12:00 uur thuis kon zijn vanwege ziekte en beperkte mobiliteit, en dat hij contact had geprobeerd te zoeken.
De Raad oordeelde dat er geen zwaarwegend belang was dat het niet meewerken rechtvaardigde en dat appellant zijn stellingen onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Het huisbezoek was een gerechtvaardigd controlemiddel en onmiddellijke medewerking mocht worden verlangd. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet meewerken aan het huisbezoek zonder zwaarwegend belang wordt bevestigd.