ECLI:NL:CRVB:2021:1003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig buschauffeur in België, vroeg een WIA-uitkering aan met ingang van 13 september 2013. Het UWV weigerde deze omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De verzekeringsarts had beperkingen vastgesteld, waaronder het niet kunnen werken in nachtdiensten, maar geen urenbeperking vanwege vermoeidheidsklachten.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de vermoeidheidsklachten onvoldoende waren meegewogen en vroeg om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts voldoende rekening had gehouden met de beperkingen en dat er geen medische onderbouwing was voor een urenbeperking.
De Raad volgde de eerdere beoordeling dat appellant medisch geschikt is voor de geselecteerde functies en bevestigde dat de aanvraag laattijdig was, waardoor eventuele onduidelijkheden in de medische situatie voor rekening van appellant komen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid zonder urenbeperking.