ECLI:NL:CRVB:2021:1002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering bij 69,20% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig directeur, meldde zich in 2013 ziek vanwege psychische klachten en ontving vanaf 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 62,56%.
Na een toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2017 werd een nieuw medisch onderzoek verricht, inclusief een psychiatrische expertise door psychiater C. Scheele. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 69,20% en kende een WGA-vervolguitkering toe vanaf 1 december 2017.
Appellant betwistte de medische beoordeling en stelde dat zijn psychische klachten en tinnitus onvoldoende waren meegewogen, onderbouwd met rapporten van een Franse verzekeringsarts en zijn behandelend psycholoog.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de conclusies van de verzekeringsartsen en de psychiatrische expertise voldoende gemotiveerd en betrouwbaar waren, en dat de geselecteerde functies passend waren. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het besluit tot toekenning van de WGA-vervolguitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 69,20%.