ECLI:NL:CRVB:2020:982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening en terugvordering pgb-budget wegens ontbreken nieuw feit
Appellant verzocht om herziening van het besluit tot vaststelling en terugvordering van het persoonsgebonden budget (pgb) over 2013, waarbij hij stelde dat gespecialiseerde begeleiding was verleend en het hogere door de zorgverlener gefactureerde tarief volledig vergoed moest worden. Het zorgkantoor had het pgb vastgesteld op basis van een maximumtarief, niet het hogere tarief van de zorgverlener.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen nieuw feit of veranderde omstandigheid had aangevoerd zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het indicatiebesluit waarop appellant zich baseerde was al bekend bij het oorspronkelijke besluit en kon niet als nieuw feit worden aangemerkt. Bovendien ontbraken essentiële gegevens zoals een zorgplan om te kunnen concluderen dat daadwerkelijk gespecialiseerde begeleiding was verleend.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het indicatiebesluit onvoldoende is om het oorspronkelijke besluit evident onredelijk te achten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het pgb-besluit over 2013 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.