Uitspraak
19/3042 AW
14 juni 2019, 18/7048 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en kreeg op 27 juli 2017 onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd. Tegen dit besluit werd geen rechtsmiddel ingesteld. Op 12 juni 2018 werd een besluit genomen tot verval van aanspraken, waaronder doorbetaling van bezoldiging. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke termijn van zes weken was ingediend en geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen uitnodiging voor de zitting had ontvangen en dat hij door detentie in Suriname niet tijdig bezwaar kon maken. De Raad oordeelde dat de uitnodiging correct was verzonden naar het laatst bekende adres en dat de bezwaartermijn correct was gestart. De enkele stelling van detentie en postbeheer was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, temeer daar geen aanvullend bewijs werd geleverd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.