ECLI:NL:CRVB:2020:935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevens
Appellant diende op 17 mei 2019 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Het college betaalde vier keer een voorschot uit, maar stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet alle gevraagde bankafschriften overlegde. Appellant leverde slechts afschriften van één van zijn twee rekeningen in.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij een licht verstandelijke beperking heeft, psychisch kwetsbaar is en de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, waardoor hij niet in staat was de ontbrekende stukken tijdig aan te leveren of uitstel te vragen. De Raad oordeelde dat het college redelijk handelde door de aanvraag buiten behandeling te stellen, aangezien appellant de mogelijkheid had om hulp in te schakelen en de termijn van een week redelijk was.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Gelderland. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke bankafschriften.