ECLI:NL:CRVB:2020:930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag zelfstandige wegens gebrek aan levensvatbaarheid bedrijf
Appellant, een zelfstandige met een eenmanszaak, vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) vanwege teruglopende bedrijfsactiviteiten en een voorgenomen doorstart met een andere onderneming. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende een voorschot, maar wees de aanvraag uiteindelijk af omdat het bedrijf niet levensvatbaar zou zijn, gebaseerd op een advies van Motivity B.V.
Motivity beoordeelde de ondernemingscapaciteiten van appellant als redelijk, maar de commerciële en financiële vaardigheden als matig. Het financieel plan was onvoldoende sterk en de begrote omzet werd niet ondersteund door concrete toezeggingen. Ook werd de taakstellende omzet als onhaalbaar beschouwd. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar en vorderde het voorschot terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep voerde appellant aan dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is vanwege mogelijke opdrachten van ziekenhuizen en andere klanten. De Raad oordeelde dat het college terecht mocht afgaan op het deskundigenadvies en dat de beoordeling van levensvatbaarheid plaatsvindt op het moment van het besluit. Verwachtingen over toekomstige opdrachten zijn onvoldoende voor toekenning van bijstand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf.