ECLI:NL:CRVB:2020:897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit na eerstejaarsbeoordeling
Appellant, voormalig bedrijfsleider/verkoper, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies, waarna het Uwv de uitkering beëindigde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld, onderbouwd met medische rapporten van reumatologen en verzekeringsartsen die beperkingen aan fijn motorisch handgebruik en zitduur stelden. De Raad oordeelde echter dat deze medische informatie geen aanleiding gaf de belastbaarheid te herzien en dat de geselecteerde functies binnen de beperkingen passen.
De Raad bevestigde het besluit van het Uwv en de uitspraak van de rechtbank dat appellant niet meer ongeschikt is voor arbeid binnen de gestelde grenzen en dus geen recht meer heeft op ziekengeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.