ECLI:NL:CRVB:2020:858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid met psychische klachten
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich in 2013 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid. Na een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35% en beëindigde de uitkering per 7 juni 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de verzekeringsarts zorgvuldig had gemotiveerd waarom zij geschikt was voor licht belastend werk, en de medische stukken van appellante onvoldoende aanleiding gaven tot twijfel. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen groter waren, onderbouwd met rapporten van een osteopaat en i-psy, maar deze werden niet als relevant voor de datum in geding erkend.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, oordeelde dat de medische beoordeling juist en volledig was en dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom appellante in staat was de geselecteerde functies te vervullen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.