ECLI:NL:CRVB:2020:846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en loongerelateerde WGA-uitkering
Appellant, voormalig productiemedewerker, diende een WIA-aanvraag in wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 44,39%, later verhoogd naar 57,53% na bezwaar, zonder wijziging in de hoogte van de loongerelateerde WGA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren ingeschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn fysieke en psychische klachten, waaronder nek-, rug- en hartklachten, diabetes, slaapapneu en slechthorendheid, onvoldoende waren meegewogen en dat taalproblemen hem belemmerden.
De Raad concludeerde dat appellant adequaat was gehoord, dat er geen nieuwe medische informatie was die het oordeel zou ondermijnen, en dat de geduide functies passend zijn ondanks taalbeperkingen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 57,53% arbeidsongeschiktheid en de loongerelateerde WGA-uitkering worden bevestigd.