ECLI:NL:CRVB:2020:844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, werkzaam als operator koffieautomaten en schoonmaakster, ontving sinds 2015 een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarop de uitkering per 13 augustus 2017 werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de medische beperkingen niet overeenkomen met haar werkelijke situatie, onder meer vanwege ernstige chronische pijnklachten en tegenstrijdigheden tussen medische rapporten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze onvoldoende waren om het eerdere oordeel te wijzigen. De Raad concludeerde dat de medische beperkingen en de selectie van passende functies voldoende waren gemotiveerd en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot aanpassing van de functionele mogelijkhedenlijst. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.