Uitspraak
17.762 WIA, 19/410 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig productiemedewerker, viel uit wegens gezondheidsklachten na een auto-ongeval in mei 2012. Het UWV stelde bij besluit van januari 2016 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch oordeel van de verzekeringsartsen niet ter discussie stond en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en verwees naar rapporten van psychiaters en verzekeringsartsen die haar beperkingen onderschreven. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die overtuigend motiveerde dat de medische situatie op de datum in geschil niet zodanig ernstig was dat een hogere mate van arbeidsongeschiktheid gerechtvaardigd was.
De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor een recidiverende depressie op de datum in kwestie en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige en om schadevergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.