ECLI:NL:CRVB:2020:783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen aanmaningsbrief ANW-terugvordering
Appellante, woonachtig in Marokko, ontvangt een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluit vastgesteld dat haar uitkering vanaf december 2015 verlaagd moet worden vanwege kostendelersnorm, waardoor zij € 4.238,52 te veel heeft ontvangen. Dit bedrag is teruggevorderd.
De Svb stuurde op 26 maart 2018 een aanmaningsbrief voor een bedrag van € 3.922,38. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar de Svb verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het een aanmaning betreft waartegen geen bezwaar mogelijk is volgens de Awb. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ziek is, medicijnen gebruikt en geen andere inkomsten heeft, waardoor terugbetaling niet mogelijk is. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het oordeel van de rechtbank kunnen wijzigen en bevestigt daarom de uitspraak. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de aanmaningsbrief van de Sociale verzekeringsbank.