ECLI:NL:CRVB:2020:744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende behoefte aan permanent toezicht
Appellante, geboren in 1973, met hypothyreoïdie en neurologische symptomen, diende op 27 november 2016 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag bij besluit van 13 januari 2017 af, waarna het bezwaar bij besluit van 26 oktober 2017 ongegrond werd verklaard op basis van een medisch advies dat geen blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg vaststelde.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het onderzoek van het CIZ zorgvuldig was en dat appellante geen aanvullende medische gegevens had verstrekt of toestemming gaf voor het inwinnen daarvan. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet zelfstandig kan wonen of alarmeren en dat het onderzoek niet zorgvuldig was, waardoor het besluit ondeugdelijk gemotiveerd zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat appellante geen nieuwe onderbouwing gaf voor haar stelling dat er een wettelijke grondslag is voor een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg. Tevens bleek ter zitting dat appellante momenteel zelfstandig woont met begeleiding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag langdurige zorg wordt bevestigd vanwege het ontbreken van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg.