ECLI:NL:CRVB:2020:740
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
De Centrale Raad van Beroep heeft op 6 maart 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant tegen de beslissing van het UWV om zijn WIA-uitkering niet toe te kennen vanaf 1 september 2015.
De rechtbank Den Haag had eerder geoordeeld dat het onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid van appellant zorgvuldig was uitgevoerd. Dit oordeel wordt door de Raad bevestigd. Het UWV heeft eigen onderzoek verricht en daarbij ook informatie van de behandelend sector betrokken. Tevens is op verzoek van een verzekeringsarts een psychiatrische expertise uitgevoerd. De verzekeringsarts heeft gemotiveerd geconcludeerd dat er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid na 1 september 2015 en dat de functionele medische laag (FML) uit 2013 nog steeds van toepassing is.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische beperkingen waren toegenomen, maar deze stelling werd niet ondersteund door medische informatie. De Raad ziet daarom geen aanleiding om de eerdere beslissing te vernietigen. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 1 september 2015 wegens onvoldoende bewijs van toegenomen arbeidsongeschiktheid.