ECLI:NL:CRVB:2020:732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige herbeoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als medewerkster huishouding, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA vanwege psychische klachten. Na een herbeoordeling op verzoek van de werkgever stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar psychische beperkingen niet juist waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was, waarbij ook informatie van behandelend psychiaters was betrokken. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd waarom de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellante. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen.
De Raad stelde vast dat de medische situatie van appellante was verbeterd sinds de toekenning van de uitkering, zoals blijkt uit diagnoses en rapportages van behandelaars en verzekeringsartsen. De psychische beperkingen waren juist vastgesteld en de arbeidsongeschiktheid terecht vastgesteld op minder dan 35%. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na een zorgvuldig onderzoek.