ECLI:NL:CRVB:2020:726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als ziekenverzorgende voor 16 uur per week, vroeg een WIA-uitkering aan wegens klachten aan schouder, hand en rug. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat zij slechts 1,42% arbeidsongeschikt was, waardoor de aanvraag werd afgewezen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling, ondanks aanvullende medische informatie en een nieuwe urenbeperking die appellante aanvoerde.
De Raad stelde vast dat de medische informatie na de datum in geding niet relevant was en dat er voldoende passende functies beschikbaar zijn, zelfs bij een beperking tot 20 uur per week. Het bestreden besluit werd derhalve bevestigd, met een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.