ECLI:NL:CRVB:2020:706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, vertegenwoordigd door de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad beoordeelde de redelijkheid van de gemaakte kosten en veroordeelde het UWV tot vergoeding van € 1.076,46, bestaande uit advocaatkosten en reiskosten van appellant.
De reiskosten van de gemachtigde kwamen niet voor vergoeding in aanmerking, noch de eigen bijdrage en griffierecht, waarvoor appellant zich rechtstreeks tot het UWV kan wenden. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.S. van der Kolk op 18 maart 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.076,46 aan proceskosten aan appellant.