ECLI:NL:CRVB:2020:705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld werken in Engeland
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de intrekking en terugvordering van bijstand.
Appellante had in twee perioden bijstand ontvangen terwijl zij in Engeland werkte zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Het college had op basis van informatie van de Engelse Belastingdienst aangetoond dat appellante in de eerste periode ook in Engeland werkzaam was en daarmee geen recht had op bijstand.
Appellante stelde dat zij slachtoffer was van identiteitsfraude, maar kon dit niet aannemelijk maken. Haar verklaringen waren tegenstrijdig en er ontbraken ondersteunende bewijzen zoals aangifte of bankafschriften. Daarnaast stond een opleiding die zij volgde niet in de weg aan het werken in Engeland.
De Raad concludeerde dat de intrekking van de bijstand over beide perioden terecht was en dat het teruggevorderde bedrag van € 10.471,04 correct was. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld werken in Engeland wordt bevestigd.