ECLI:NL:CRVB:2020:701

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 maart 2020
Publicatiedatum
18 maart 2020
Zaaknummer
18/4521 ZW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep inzake Ziektewet re-integratieverplichtingen

Appellant ontving een plan van aanpak van het UWV met re-integratieverplichtingen in het kader van de Ziektewet. Het UWV verklaarde de bezwaren van appellant tegen dit plan ongegrond. De rechtbank Rotterdam wees het beroep van appellant tegen dit besluit af.

In hoger beroep stelde appellant zich op het standpunt dat het plan van aanpak onterecht was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen procesbelang meer had omdat de maximale duur van de Ziektewet-uitkering van 104 weken was bereikt. Hierdoor was het plan van aanpak feitelijk niet meer van toepassing.

De Raad benadrukte dat deze procedure niet bedoeld is voor het behandelen van principiële vragen of andere uitkeringsvormen zoals de Wet WIA. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard zonder toewijzing van proceskosten.

Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na afloop Ziektewet-uitkering.

Uitspraak

18.4521 ZW-PV

Datum uitspraak: 6 maart 2020
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2018, 17/5892 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: mr. T. Dompeling, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: H.S. Huisman
Ter zitting zijn verschenen: namens appellant mr. P.W.E. Ros. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. I.M. Veringmeijer.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Op 10 april 2017 heeft het Uwv aan appellant een plan van aanpak toegezonden waarin aan appellant in het kader van de Ziektewet (ZW) re-integratieverplichtingen zijn opgelegd. Bij besluit van 24 augustus 2017 (bestreden besluit) zijn de bezwaren van appellant tegen het plan van aanpak ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellant heeft in hoger beroep geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak.
Het plan van aanpak heeft alleen werking gedurende de periode dat recht bestaat op een
ZW-uitkering. Nu er op dit moment geen recht meer is op een ZW-uitkering, omdat de maximale termijn van 104 weken is bereikt, dient al om deze reden het hoger beroep
niet-ontvankelijk te worden verklaard, nog daargelaten dat het plan van aanpak zijn werking al had verloren op 6 september 2017, toen appellant geen benutbare mogelijkheden en dus geen re-integratieverplichtingen meer had. Deze procedure is niet bedoeld om antwoord te geven op principiële vragen. Het feit dat appellant beroep heeft ingesteld tegen de weigering van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) en van daaruit re-integratiebegeleiding/omscholing wil, staat hier niet ter beoordeling.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) H.S. Huisman (getekend) T. Dompeling