ECLI:NL:CRVB:2020:633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier H. Alajai.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.