ECLI:NL:CRVB:2020:629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na langdurige ziekte met lichamelijke klachten, waaronder koude-allergie/urticaria. Het UWV heeft haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%, waardoor de uitkering werd geweigerd. De rechtbank Limburg heeft dit besluit bevestigd na zorgvuldige beoordeling van het medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij meer beperkingen heeft dan door het UWV is aangenomen, maar zij heeft geen aanvullende medische gegevens overgelegd ter onderbouwing. De Raad heeft geoordeeld dat de rechtbank de aangevoerde gronden voldoende en overtuigend heeft gemotiveerd en dat er geen reden is om het oordeel te wijzigen.
De Raad volgt het oordeel dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellante en dat het hoger beroep daarom niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.