ECLI:NL:CRVB:2020:589

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 maart 2020
Publicatiedatum
6 maart 2020
Zaaknummer
19/813 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Hiertegen deed appellante verzet en stelde dat het griffierecht wel binnen de gestelde termijn was voldaan.

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet op zitting waarbij partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat zij niet in verzuim was geweest. Bovendien had zij haar stelling niet met stukken onderbouwd.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier R.I.S. van Haaren op 6 maart 2020.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 maart 2020
19/813 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2019, 18/1802 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 31 oktober 2019 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 januari 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 31 oktober 2019 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellante te kennen gegeven dat zij het griffierecht binnen de gestelde termijn heeft betaald.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Binnen de gestelde termijn is door de Raad geen griffierecht ontvangen. Appellante heeft haar stelling dat zij het griffierecht heeft betaald niet met stukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.I.S. van Haaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) R.I.S. van Haaren
rh
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) statue déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par M. le maître C.H. Bangma en présence de le maître R.I.S van Haaren en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 6 mars 2020.