ECLI:NL:CRVB:2020:570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdienvermogen boven 65 procent
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 30 april 2017 te beëindigen omdat zijn verdienvermogen meer dan 65% van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd, bedraagt. Tevens werd geweigerd hem vanaf 10 mei 2017 opnieuw in aanmerking te laten komen voor een ZW-uitkering, omdat hij geschikt werd geacht voor ten minste één van de geselecteerde functies.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. De rechtbank vond geen reden om de conclusies van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige in bezwaar en beroep te betwijfelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische situatie per 30 april 2017 niet juist was beoordeeld en dat hij per 10 mei 2017 medisch was achteruitgegaan, onderbouwd met een brief van een psycholoog.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsartsen hadden reeds beperkingen aangenomen voor het persoonlijk en sociaal functioneren, en appellant heeft niet met medische stukken aangetoond dat er per 30 april 2017 of 10 mei 2017 sprake was van zwaardere beperkingen of achteruitgang die het verrichten van de geselecteerde functies onmogelijk maakten. De beëindiging van de uitkering en de weigering tot hernieuwde toekenning worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens verdienvermogen boven 65 procent.