ECLI:NL:CRVB:2020:569

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 februari 2020
Publicatiedatum
5 maart 2020
Zaaknummer
18/3296 ZW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdienvermogen boven 65% van het loon voorafgaand aan ziekte

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering te beëindigen per 23 maart 2017, omdat haar verdienvermogen hoger werd geacht dan 65% van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de vastgestelde belastbaarheid juist was.

Daarnaast vond de rechtbank dat de arbeidsdeskundigen van het UWV voldoende hadden toegelicht dat de geselecteerde functies passend waren voor appellante. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over het medisch onderzoek, haar beperkingen en de geschiktheid van de functies, maar kon zij deze niet met nieuwe medische stukken onderbouwen.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek of de juistheid van de belastbaarheid. Ook werd bevestigd dat de functies medisch passend waren. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

18.3296 ZW-PV

Datum uitspraak: 20 februari 2020
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 26 april 2018, 17/2594 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: mr. T. Dompeling, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: R.H. Koopman
Ter zitting heeft het Uwv zich laten vertegenwoordigen door mr. V.A.R. Kali. Appellante en haar gemachtigde zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 9 augustus 2017 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Met het bestreden besluit heeft het Uwv de beslissing gehandhaafd waarbij de uitkering van appellante op grond van de Ziektewet (ZW) in het kader van de eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) met ingang van 23 maart 2017 is beëindigd omdat haar verdienvermogen hoger is dan 65% van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.
De rechtbank heeft overwogen dat door het Uwv een zorgvuldig medisch onderzoek is verricht en dat geen aanleiding wordt gezien om te twijfelen aan de juistheid van de daarbij vastgestelde belastbaarheid. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de arbeidsdeskundigen van het Uwv afdoende hebben toegelicht dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellante.
In hoger beroep heeft appellante herhaald dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is geweest, dat zij meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden geheel onderschreven. Appellante heeft in hoger beroep niet toegelicht waarom de conclusies van de bedrijfsarts, die gecontrasigneerd zijn door de verzekeringsarts en in bezwaar zijn bevestigd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, niet als zorgvuldig kunnen worden beschouwd. Appellante heeft ook niet met medische stukken twijfel gezaaid over de juistheid van de door het Uwv aangenomen belastbaarheid per 23 maart 2017 en aanleiding voor het inschakelen van een deskundige wordt dan ook niet gezien. De rechtbank wordt tevens gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de EZWb ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R.H. Koopman (getekend) T. Dompeling