Uitspraak
18.2312 AOW
OVERWEGINGEN
18 juli 1990. Verder is nog een afschrift ingezonden van het gemeente-energiebedrijf Rotterdam van juli 1990. Tot slot is ingebracht een fiscaal nummer van [naam] , woonachtig in [gemeente 2] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant voldoende verzekerde tijdvakken in Nederland had opgebouwd.
Appellant stelde dat hij tussen 1989 en 1991 in Nederland had gewerkt en overlegd bewijsstukken zoals loonstroken, inschrijvingen en verklaringen van het ziekenfonds. Hij gaf ook aan op twee adressen in Rotterdam te hebben gewoond en overhandigde bankafschriften en een energierekening ter onderbouwing.
De Svb voerde onderzoek uit, waarbij bleek dat appellant niet bekend was in de bevolkingsregisters van Rotterdam en Den Haag en niet voorkwam in het schakelregister. Ook kon de vermeende werkgever geen administratie over 1990 overleggen. Hoewel de stukken van appellant mogelijk meer verzekerde periodes in 1990 suggereren, is dit onvoldoende om te concluderen dat hij minimaal één jaar verzekerd is geweest.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat verzekerde periodes van minder dan één jaar niet leiden tot recht op een AOW-pensioen. De afwijzing van de aanvraag wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De aanvraag voor toekenning van een AOW-pensioen wordt afgewezen wegens onvoldoende verzekerde tijdvakken.