ECLI:NL:CRVB:2020:531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet melden van WW-uitkering bij bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet van mei 2017 tot januari 2018. Over december 2017 ontving hij bijstand waarbij inkomsten werden verrekend. Het college ontdekte via het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat appellant in januari 2018 een WW-uitkering had ontvangen over december 2017, die niet was gemeld.
Het college herzag de bijstand en vorderde €248,81 terug. Vervolgens legde het college een bestuurlijke boete van €124,41 op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze boete ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij alle relevante informatie tijdig had doorgegeven en dat de boete te hoog was. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door alleen inkomsten uit arbeid op te geven en niet de WW-uitkering. De opgelegde boete was proportioneel en het hoger beroep werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete van €124,41 wegens het niet melden van een WW-uitkering wordt bevestigd.