ECLI:NL:CRVB:2020:471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over woonsituatie
Appellante had een aanvraag voor bijstand ingediend waarbij zij verklaarde tijdelijk een kamer te huren bij een vriendin en een huurovereenkomst overlegde. Tijdens een gesprek met het college kon zij echter onvoldoende concrete informatie geven over haar woonsituatie, zoals de indeling van de woning en de locatie van de voordeur, wat leidde tot twijfel over haar daadwerkelijke verblijf op het opgegeven adres.
Het college wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder duidelijke woongegevens. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat zij voldoende informatie had verstrekt en dat het college nader onderzoek had moeten doen, maar dit werd afgewezen omdat het op de aanvrager rust om feiten aannemelijk te maken. De Raad concludeerde dat appellante tekort was geschoten in haar medewerkingsplicht en dat het college terecht de aanvraag had afgewezen.
De Raad wees verder een verzoek om proceskostenveroordeling af en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvraag voor de periode van 8 tot 22 november 2016.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie van appellante.