ECLI:NL:CRVB:2020:426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om hogere schadevergoeding wegens onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder, welke door het college werd ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht. De intrekking en daaropvolgende afwijzing van een nieuwe aanvraag werden door de Raad als onrechtmatig beoordeeld. Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van materiële en immateriële schade.
Het college kende een vergoeding toe van wettelijke rente en een immateriële schadevergoeding van €1.500,-. De rechtbank wees het beroep van appellant tegen dit besluit af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor materiële schade zoals fiscale naheffing en zorgpremies. Voor immateriële schade stelde de Raad vast dat de toegekende vergoeding passend was gezien de omstandigheden, waaronder onrust en verlies van huisvesting.
Het overgangsrecht van de Wet nadeelcompensatie was van toepassing, en de Raad volgde de civielrechtelijke criteria voor schadevergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om hogere schadevergoeding bevestigd.