ECLI:NL:CRVB:2020:357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering na eerstejaars beoordeling
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en kantinemedewerkster en ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding wegens zwangerschapsklachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling oordeelde het UWV dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat het UWV niet uitging van de gecombineerde maatman van haar werkzaamheden, maar oordeelde dat de medische beoordeling juist was. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de geselecteerde functies voor de arbeidskundige schatting niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De medische beoordeling was zorgvuldig en actueel, en de arbeidsdeskundige had overtuigend onderbouwd dat de geselecteerde functies de belastbaarheid niet overschreden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de Ziektewet-uitkering bevestigd.