ECLI:NL:CRVB:2020:351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellante woonde van 1991 tot eind 2007 in Nederland en ontving kinderbijslag. Daarna verbleef zij langdurig met haar gezin op Curaçao, waarbij haar recht op kinderbijslag werd beëindigd omdat zij niet langer verzekerd was volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Na terugkeer in Nederland in februari 2016 vroeg zij opnieuw kinderbijslag aan, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat zij geen ingezetene was en niet verzekerd was in de relevante periode van het eerste kwartaal 2015 tot en met het tweede kwartaal 2016.
De Raad oordeelde dat appellante voorafgaand aan het eerste kwartaal 2015 niet verzekerd was en dat de band met Nederland door het langdurig verblijf op Curaçao was verbroken. Ook na terugkeer in 2016 was er nog geen duurzame persoonlijke band met Nederland, mede omdat zij tijdelijk bij familie woonde en haar kinderen pas eind maart 2016 naar school gingen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Den Haag, en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.