ECLI:NL:CRVB:2020:3473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake eindafrekening bestuursrechtelijke premie Zvw ondanks late afmelding wanbetaler
Appellant maakte bezwaar tegen een eindafrekening van bestuursrechtelijke premie op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) over de periode van 2010 tot 2017, waarbij hij stelde dat door een te late afmelding als wanbetaler door de zorgverzekeraar onterecht teveel premie in rekening was gebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat klachten over aan- of afmelding als wanbetaler bij de zorgverzekeraar thuishoren, niet bij CAK. Tevens werd vastgesteld dat CAK zich aan de regels hield en de eindafrekening juist was. Het verzoek tot schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid werd afgewezen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad onderschreef de eerdere overwegingen. De Raad benadrukte dat de wijze van inning via acceptgiro’s van het CJIB rechtsgeldig is en dat geen onrechtmatig besluit van CAK is vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.