ECLI:NL:CRVB:2020:3459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 55,10% in WIA-procedure
Appellante is sinds 2012 arbeidsongeschikt en ontvangt een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2018 heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55,10%, wat leidde tot bezwaar en beroep door appellante en haar werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) als zorgvuldig en juist beoordeelde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar klachten en psychische toestand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat appellante benutbare mogelijkheden voor arbeid heeft en dat het onderzoek voldoet aan de wettelijke eisen. De medische stukken en rapporten ondersteunen de conclusie dat er geen sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Ook is geen reden om een deskundige te benoemen of een hoorzitting te houden.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 55,10% en wijst het hoger beroep af.