ECLI:NL:CRVB:2020:345
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inhouding bijstand ter aflossing lening
Verzoeker heeft een lening afgesloten bij de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam en het college gemachtigd om maandelijks een bedrag op zijn bijstand in te houden ter aflossing hiervan. Het college heeft de bijstand ingetrokken en later weer toegekend, waarbij inhoudingen op de bijstand zijn voortgezet om zowel de lening als een vordering van het college terug te vorderen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de inhoudingen en het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar het college is in hoger beroep gegaan. Verzoeker heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de inhoudingen op zijn bijstand te stoppen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een actueel spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Argumenten van verzoeker over de berekening van de beslagvrije voet, de volgorde van verrekening van schulden en de uitbetaling van vakantiegeld zijn onvoldoende om het spoedeisend belang aan te tonen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 18 februari 2020.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de inhouding op de bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.