ECLI:NL:CRVB:2020:3384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard
Appellanten hadden hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit hogerberoepschrift was niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Namens appellanten werd verzet ingesteld tegen deze beslissing, met het argument dat de rechtbank de aangevallen uitspraak tijdens de vakantie van de gemachtigde had toegezonden en dat een derde de aangetekende brief niet kon afhalen bij PostNL.
De Raad heeft overwogen dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat de gemachtigde niet alle maatregelen had getroffen om kennisneming van de post mogelijk te maken. De brief was op juiste wijze bekendgemaakt en de omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering op de termijn. Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die het verzuim van appellanten kunnen opheffen.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 december 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is ongegrond verklaard.