ECLI:NL:CRVB:2020:3377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late griffierechtsbetaling ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant voerde in verzet aan dat vertragingen door corona en problemen met postbezorging en betaling vanuit Marokko de oorzaak waren van de late betaling.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was. Appellant had de nota van 19 februari 2020 pas op 9 maart 2020 ontvangen, terwijl de betalingstermijn tot 18 april 2020 liep, wat ruim voldoende tijd bood om het griffierecht te voldoen.
De Raad heeft het verzet ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep gehandhaafd.