Uitspraak
20.816 PW, 20/817 PW
17 februari 2020, 19/5016 en 19/5443 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende meerdere aanvragen in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor verhuiskosten, inrichting, stoffering en dubbele huur. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van een sociale of medische noodzaak tot verhuizing.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar verhuizing noodzakelijk was vanwege ernstige omstandigheden en dat het college ten onrechte geen vergoeding voor de kosten van bezwaar had toegekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was, mede omdat geen medische stukken of urgentieverklaring waren overgelegd. Ook was er geen sociale noodzaak, aangezien zij ruim een jaar bij een kennis had gewoond en de verhuizing weliswaar wenselijk maar niet noodzakelijk was. Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten afgewezen omdat het primaire besluit niet was herroepen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt bevestigd.