Uitspraak
18.5950 WIA
OVERWEGINGEN
1 december 2016. Daarnaast is de rechtbank niet gebleken dat de belasting van de voorgehouden functies de mogelijkheden van appellante overschrijdt. Vergelijking van het inkomen dat appellante in de voorgehouden functies zou kunnen verdienen met het inkomen dat zij in haar eigen werk zou hebben verdiend als zij niet arbeidsongeschikt was geworden, geeft een verlies aan verdienvermogen van 7,64% te zien. De mate van arbeidsongeschiktheid van appellante is volgens de rechtbank door het Uwv dus terecht bepaald op minder dan 35%.
14 december 2016 een WIA-uitkering aan appellante toe te kennen.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.