Uitspraak
19.4555 AW, 20/688 AW, 20/690 AW
OVERWEGINGEN
OVW-punten.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een ambtenaar binnen de politie, was in het kader van de reorganisatie Politiewet 2012 als herplaatsingskandidaat op een lagere functie geplaatst dan haar oorspronkelijke functieniveau. De korpschef bood haar een functie aan op het oude korpsfunctieniveau (salarisschaal 11), al dan niet met OVW-periodieken, maar zonder terugwerkende kracht. De Raad oordeelde dat dit aanbod onvoldoende was omdat het slechts een toezegging betrof en dat een nieuwe beslissing op bezwaar met daadwerkelijke plaatsing vereist was.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat de garantie op plaatsing op het oorspronkelijke functieniveau geldt nadat iemand op een lagere schaal is geplaatst. De korpschef hoefde niet terugwerkende kracht te verlenen en was niet verplicht OVW-periodieken te verbinden aan de functie. Uiteindelijk werd appellante alsnog geplaatst op een passende functie met het oorspronkelijke functieniveau zonder terugwerkende kracht.
De Raad verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit van 26 september 2019 gegrond, vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar tegen de eerdere plaatsing ongegrond. De beroepen tegen latere besluiten van januari 2020 werden ongegrond verklaard. De korpschef werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit van de korpschef wordt vernietigd en appellante krijgt een nieuwe beslissing op bezwaar toegewezen.