ECLI:NL:CRVB:2020:3264
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening individuele inkomenstoeslag vanwege ontbreken nieuwe feiten
Verzoekers dienden een verzoek om herziening in tegen een uitspraak van de Raad van 5 februari 2019, waarin hun aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag (IIT) was afgewezen. De Raad bevestigde dat verzoekers niet voldeden aan de voorwaarden voor toekenning van de toeslag, omdat zij niet volledig inzicht hadden gegeven in hun vermogen over de referteperiode van drie jaar.
Verzoekers stelden dat zij wel recht hadden op de toeslag en dat de bankrekeningen van verzoeksters moeder sinds maart 2016 alleen op haar naam stonden. Tevens voerden zij aan dat de gevraagde bankafschriften niet relevant waren en dat zij vanwege medische privacy niet verplicht waren deze te overleggen. De Raad oordeelde dat het begrip 'langdurig geen in aanmerking te nemen vermogen' over de gehele referteperiode moet worden beoordeeld en dat verzoekers onvoldoende informatie hadden verstrekt om dit vast te stellen.
De Raad benadrukte dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van feiten of omstandigheden die bij het eerdere oordeel niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Dit was hier niet het geval. Ook het beroep op de AVG faalde omdat bankafschriften geen medische gegevens betreffen.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen en werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.